Mijmerend loop ik rond, zoekend in onze maatschappij naar iets wat ik geschikt vind om cadeau te geven. Ik zeul de dagelijkse last op mijn schouders mee terwijl ik door de straten dwaal. Overal hangen er opvallende, flitsende aanbiedingen, maar niets is geschikt.
Het is 2°C lees ik ondertussen op een thermometer, de schapenherder die een maand geleden zei dat het koud ging zijn rond kerstmis bleek gelijk te hebben!HOERA voor volkswijsheden!
Ik stap maar verder, wandel een steegje in en ga een sympathiek ogend winkeltje binnen. Daar had ik iets kunnen vinden, maar dan alleen voor mezelf. Dan maar vol goede moed terug het commerciële centrum van Gent binnen. Ik weet niet hoe het komt, maar ondanks het overaanbod lijkt de markt niets te bieden te hebben voor de personen die ik iets wil geven. Mijn zoektocht duurt nu al uren en ik sta nog maar één cadeau verder.
Ik wil mijn zoektocht opgeven, maar zet dapper verder. Ik vind het leuk om dingen te geven en nog leuker om dingen te kopen, maar nu heb ik gewoon zin om de trein naar huis te nemen. Moest ik niet nog een les hebben had ik die optie misschien kunnen overwegen.
Ik zet me even te rusten, dwaal door de oneindige gangen van mijn gedachten, open alle deuren die er zijn, hopende dat achter één van hen de hoofdprijs schuilt.
Mensen kijken me aan, eerder vragend dan verwijtend, misschien is het omdat ik de wanhoop nabij ben en het in mijn ogen te lezen staat.
Helemaal onderaan, op de bodem van de bodemloze put van men gedachten, schijnt een lichtje en er duiken plots toch enkele ideeën in mijn hoofd op.
Ik wil alle kanten tegelijk uit. Oh leuk…vier cadeautjes in ‘no time’.
Ik verlaat het drukke commerciële centrum op weg naar mijn oase van kennis genaamd Blandijnberg. Om daar nog even tot rust te komen.
